Opgroeien tussen twee werelden
Als kind logeerde ik veel bij mijn Indische opa en oma. Zonder dat ik het destijds bewust doorhad, kreeg ik de Indische cultuur met de paplepel ingegoten. Mijn oma maakte rijstballetjes voor me die ik met mijn handen mocht opeten, ik sliep met een guling, en de zin: “Kom eens hier, je hebt een oepil.” staat in mijn geheugen gegrift.
Die Indische achtergrond bracht veel warmte, maar kende ook een schaduwzijde. Familieruzies, mensen die niet meer met elkaar praatten en lastige onderwerpen die vakkundig werden vermeden; het 'Indisch zwijgen' was voelbaar aanwezig.
In het dorp waar ik opgroeide kreeg ik regelmatig de vraag: “Waar kom jij eigenlijk vandaan?” Hier zaten nooit kwade bedoelingen achter, maar wel was het verwarrend dat je ‘niet van hier’ kan zijn, ondanks dat je er geboren bent. Mijn standaard antwoord: “Ik ben gewoon Nederlands, hoor. Maar ik eet af en toe saté bij mijn opa en oma.” verraadde mijn behoefte om me aan te passen. Toch viel ik op. Terwijl andere kinderen zich voorbereidden op hun communie of het vormsel, zat ik (samen met een paar andere Indo's en een Marokkaanse tweeling) op de gang te wachten. En op de middelbare school stond ik simpelweg bekend als ‘de Indiaan’. Best vreemd, achteraf gezien.
Mijn professionele zoektocht
Het continu navigeren tussen die verschillende werelden en de subtiele dynamiek in de familie versterkten wel een aangeboren talent in mij: goed observeren en luisteren. Ik wilde doorgronden wat mensen voelen, denken en doen. Die fascinatie bracht me logischerwijs bij de studie psychologie, waar ik me ging richten op de sociale en gedragsmatige kant: hoe gedragen groepen mensen zich en hoe krijg je hen in beweging?
Vervolgens werkte ik zes jaar lang als gedragspsycholoog en adviseur voor de overheid. Ik hield me bezig met ingewikkelde transitietrajecten, zoals de energietransitie en organisatieverandering. Ik bekeek menselijk gedrag door een wetenschappelijke bril; ik deed onderzoek en ontwierp strategieën om groepen mee te krijgen.
Maar gaandeweg merkte ik dat mijn ‘oude jas’ niet meer paste. In die wereld van beleid, cijfers en modellen raakte de menselijke maat, het échte voelen, soms volledig uit het zicht. Hoe meer ervaring ik kreeg, hoe verder ik af kwam te staan van de mensen voor wie ik het eigenlijk deed.
De omslag in de bioscoopzaal
De werkelijke ommekeer kwam toen ik me ging verdiepen in mijn eigen Indische identiteit. Samen met oma nam ik deel aan de documentaire Tussen Wal en Schip — Geruisloos Indisch. De vertoningen werden vaak opgevolgd met een nagesprek en daar zag ik hoe de film dwars door de muur van het 'Indisch Zwijgen' heen brak. Diepgewortelde emoties en intergenerationele verhalen die decennialang onbesproken waren gebleven, kwamen eindelijk naar de oppervlakte. Ik voelde dat ik onderdeel was van de meest doorvoelde en bezielde ‘gedragsinterventie’ tot nu toe.
In die zaal, op dat moment, merkte ik iets aan mezelf. Ik nam als van nature de rol aan van procesbegeleider en dialoogleider. En dan wel één die de ongemakkelijke stiltes en de zware emoties juist durfde te omarmen.
Trailer: Tussen Wal en Schip — Geruisloos Indisch. Regie: Juliette Dominicus & Sven Peetoom. Geproduceerd door Interakt.
Waar de puzzelstukjes samenvielen
Ik stelde me kwetsbaar op, gaf ruimte aan de stroom van verhalen en hielp het publiek om het grotere geheel te zien. Daar vielen de puzzelstukjes op hun plek. Mijn achtergrond als sociaal psycholoog, mijn ervaring als docent en mijn eigen worsteling als derde generatie Indo kwamen samen. Hier vond ik mijn ikigai.
Ik besloot mijn horizon te verbreden en mijn talenten op een nieuwe manier in te zetten.
“Terus Rasa - de liefde blijft altijd voelbaar”
Still uit Tussen Wal en Schip — Geruisloos Indisch. Regie: Juliette Dominicus & Sven Peetoom. Geproduceerd door Interakt.
Mijn missie: ruimte geven aan gevoel
Daarom richtte ik Terus Rasa op. Letterlijk betekent het: Blijven voelen. Wat ik leuk vind aan de Indonesische taal is dat de betekenis van woorden afhangt van de context. Voor mij gaat het over drie dingen: Het is een eerbetoon aan de liefde tussen mijn oma en mij, het is een herinnering aan mezelf dat ik ruimte geef aan wat ik voel, en het is een belofte voor de toekomst om me in te zetten voor gevoelens die te lang geen ruimte kregen.
Laten we samen het zwijgen doorbreken en ruimte geven aan wat er werkelijk in ons leeft.
Kyron Olmeijer
Blijven voelen, blijven zoeken.
Mijn eigen zoektocht is niet afgerond met de start van Terus Rasa. Sterker nog, het is een continu proces, en er zijn een aantal centrale vragen die mij bezighouden:
Wat verzwijgen we nog steeds?
Welke verhalen en emoties sluimeren er nog altijd in de onderstroom van onze familiesystemen?
Wat verbindt ons in het hier en nu?
Waar vinden we elkaar als Indo's nu écht in, als we verder kijken dan de saté en het gedeelde verleden?
Welke rituelen behouden we?
Van welke gebruiken en tradities nemen we afscheid, en welke zijn het waard om stevig vast te pakken en door te geven aan een volgende generatie?
Hoe uniek is ons verhaal eigenlijk?
Waar overlappen onze ervaringen met die van andere gemeenschappen? Wat kunnen we van elkaar leren?